In het verre verleden waren er op de aarde alleen maar dieren zonder een brein. Deze aardbewoners hadden een nogal ander leven dan dat jij nu als mens hebt. Eén van die bewoners is de Amphioxi, een diertje dat al zo’n 550 miljoen jaar geleden door de zee bewoog. Met een doorsnede van een paar centimeter is dit beestje niet erg indrukwekkend te noemen. Het kan niet zien, niet horen, niets voelen, niet denken en zeker niet het eigen gedrag veranderen. Wat het wel kan, is het verwerken van voedsel. Het is in staat zichzelf te voeden met andere, kleinere organismen. Hierdoor kan het zichzelf in leven houden en zich later voortplanten. Met het simpele leven dat de Amphioxi leidt, is er weinig behoefte aan een brein. Deze noodzaak ontstond pas ver nadat de eerste Amphioxi zich in de zee vertoonde.

Waarom heb je een brein?
De Amphioxi, ook wel lancelet, is een klein diertje dat in de zee leeft. Het kan hele basale bewegingen maken en is tot niet veel meer in staat dan eten. Een brein heeft de Amphioxi niet[[1]].

Meesterjagers en -ontsnappers

Hoe kan het dat er later dieren op de aardbodem kwamen die wel een brein hadden? Dat kwam doordat er lang geleden een nieuwe manier van voedsel verzamelen ontstond: jagen. Terwijl de dieren voorheen hun voedsel haalden uit niet-levende voedingsbronnen, veranderde dat plots. Dieren begonnen elkaar aan te vallen en op te eten. Dat vroeg wel om nieuwe eigenschappen, zoals het kunnen opsporen en opeten van andere dieren. Als reactie op deze eerste jagers begonnen andere dieren eigenschappen te ontwikkelen om te ontsnappen.

In alle miljoenen jaren die volgden, ontstond er een wedloop. Jagers ontwikkelden steeds betere strategieën en eigenschappen om te jagen en ontsnappers om te ontsnappen. Wanneer  een van de dieren een voorsprong had op de anderen, dan pasten deze dieren zich hier zo snel mogelijk op aan. Kortom: dieren evolueerden om steeds meer te vangen (als jager) of om steeds gemakkelijker te ontsnappen (als prooi). Beide groepen ontwikkelden kenmerken als snelheid, behendigheid, reukvermogen, een scherp zicht of beschermingsmiddelen. In het nu hebben we allerlei meesterjagers- en ontsnappers, zoals de witte haai, de leeuw, de haas of de antilope.

Waarom heb je een brein?
Haaien hebben zich gedurende miljoenen jaren ontwikkeld tot één van de meest gevreesde dieren van de zee. Een schril contrast met de Amphioxi.

De juiste manier van reageren

Een uitermate belangrijke eigenschap in dit verhaal is het vermogen om waar te nemen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar vroeger was het helemaal niet zo belangrijk om alles goed te kunnen opmerken. Diertjes uit de oudheid schuifelden over de bodem van de zee, al het voedsel oprapend dat ze tegenkwamen. Met de komst van jagers veranderde alles. De belangrijkste vraag daarin is, volgens neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett[2]: “Is die gedaante in de verte iets om te eten of iets dat mij wil opeten?”

Hoe beter je kon waarnemen wat er om je heen gebeurde, hoe beter je kon reageren. Meesterjagers hebben een uitstekend zicht, een uitzonderlijk reukvermogen of kunnen kleine trillingen waarnemen in het water. Meesterontsnappers hebben juist weer een enorm breed zicht en zijn hyperalert, waardoor ze telkens hun omgeving scannen op gevaar. Deze waarnemingen worden gebruikt om vervolgens adequaat te kunnen reageren op datgene dat er in de omgeving gebeurt.

Juiste waarnemingen leiden nog niet gelijk tot juiste reacties. Dieren zijn er ook hier in de loop der tijd steeds beter in geworden. Deze reacties, ook wel gedrag, zijn cruciaal voor succes, om te jagen, te ontsnappen, te paren of een territorium af te bakenen. Dieren van nu hebben, na miljoenen jaren evolutie, uiterst complexe bewegingssystemen.

De belangrijkste taak van jouw brein

Een goed waarnemingssysteem en een complex bewegingssysteem komt wel tegen een prijs. Een nauwelijks bewegende, niet-waarnemende Amphioxi verbruikt maar weinig energie. Dat is natuurlijk anders voor een dier dat telkens in beweging is en alert moet blijven. Dit brengt een nieuwe uitdaging met zich mee: hoe gaat een dier efficiënt om met de beschikbare energie?

In een wereld met zoveel concurrentie en gevaar is het noodzakelijk om zuinig te zijn met energie. Teveel mislukte jachtpogingen kunnen hun tol eisen. En een tekort aan energie wanneer een dier op de vlucht moet slaan kan fataal zijn. Niet voor niets zijn dieren voornamelijk bezig met eten (nieuwe energie krijgen) en uitrusten (energie besparen).

De meest succesvolle dieren van nu zijn dieren die:

  1. Scherp of veel kunnen waarnemen
  2. Flexibel en krachtig kunnen bewegen
  3. Slim met hun energie omgaan

Voor deze laatste taak hebben dieren – en wijzelf – een speciaal orgaan: het brein. Het brein helpt om de juiste keuzes te maken rond energiemanagement.

Het managen van jouw energiereserves

Jouw brein werkt samen met alle organen in het lichaam. Het kan deze organen aansturen als dat nodig is. Het brein is als een controlekamer die de processen in de gaten houdt van jouw lichaam. Het geeft aan wanneer er voldoende energie beschikbaar is en wanneer je juist tekorten oploopt. Dit is te vergelijken met een penningmeester van een organisatie[3]. Deze houdt ook in de gaten hoeveel er binnenkomt, uitgaat en hoeveel er uitgegeven kan worden. Het enige verschil is dat een penningmeester op geld let en jouw brein op energie.

Het brein houdt telkens in de gaten waar je jouw energie het beste kan uitgeven. Net als dat je dat ook met jouw geld kan doen.

Door de dag heen is jouw brein bezig met vragen als:

  • Hoeveel energie heb je nu beschikbaar?
  • Verwacht je energie binnen te gaan krijgen?
  • Hoeveel energie verwacht je uit te gaan geven?
  • Waar kan je jouw energie het beste aan uitgeven?
  • Hoe kan je zoveel mogelijk energie besparen?

Hoe beter jouw brein deze vragen kan beantwoorden, hoe beter het jouw energie kan balanceren. Zo kom je geen energie tekort wanneer je het hard nodig hebt. Voor een ander dier kan dit letterlijk van levensbelang zijn. Het brein is daarom essentieel voor veel dieren, vooral de grotere dieren. Voor jou en mij zijn de gevolgen van een energietekort kleiner. Bij ons gaat het om genoeg energie om te sporten, bij een belangrijke presentatie of tijdens een eerste afspraakje.

Bronnen

[1] Foto van: https://en.wikipedia.org/wiki/Lancelet

[2] Lisa Feldman Barrett is een universitair hoogleraar aan de Northeast University in Amerika. Ze is een van de meest vooraanstaande neurowetenschappers in de moderne psychologie.

[3] Deze metafoor wordt door psychologe Kelly McGonigal gebruikt in haar boek “Wilskracht” (2012).